Ons geheugen is onbetrouwbaar

Hoe betrouwbaar is ons geheugen? Herinneren wij ons met zekerheid wat er in het verleden met ons is gebeurd? Of niet? In het licht van de recente Belgische gebeurtenissen en van het komende verslag van de Commissie-Verwilghen zijn dat redelijk pregnante vragen geworden. Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onze herinneringen, zeker van fenomenen die wij niet al te bewust hebben beleefd, makkelijk worden bijgekleurd. Je kunt zelfs valse herinneringen inplanten, beweert de Amerikaanse psychologe Elizabeth Loftus.

Onze herinneringen zijn misschien niet zo betrouwbaar als we denken. Zodra we een gebeurtenis ervaren, gaan de meesten van ons er waarschijnlijk van uit dat die herinneringen voor altijd intact blijven. Maar er is het potentieel om herinneringen te wijzigen of om volledig valse herinneringen te planten, volgens Elizabeth Loftus, PhD. Loftus, een vooraanstaand professor aan de Universiteit van Californië, Irvine, is een expert op het gebied van menselijk geheugen en ze bespreekt hoe onze herinneringen aan gebeurtenissen en ervaringen kunnen worden gemanipuleerd.

Ze heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de beïnvloedbaarheid van het menselijk geheugen. Loftus staat bekend om haar baanbrekende onderzoek naar het “misinformation effect” – het achteraf vervormen van herinneringen – en naar het geheugen van ooggetuigen, en het ontstaan van valse herinneringen,waaronder het oproepen van herinneringen aan seksueel kindermisbruik. Naast haar uitgebreide werk in het laboratorium was Loftus betrokken bij de toepassing van haar onderzoek in de rechtspraak. Ze was consultant en getuigde als expert in honderden zaken. Loftus heeft vele prijzen en eredoctoraten ontvangen. In 2002 stond ze op de 58e plaats in de top honderd van meest invloedrijke psychologische onderzoekers van het wetenschappelijk tijdschrift Review of General Psychology. Daarmee was zij de hoogst scorende vrouw op de lijst.

Geen onderscheid kunnen maken tussen fictie en werkelijkheid is typisch voor de moderne mediamaatschappij. U kan in de krantenwinkel schandaalblaadjes kopen die zich specialiseren in het publiceren van totaal verzonnen, compleet bizarre en liefst zo paranoïde mogelijke verhalen, aldus de onderzoekster. Herinneringen kunnen namelijk radicaal veranderd worden door de manier waarop iemand wordt ondervraagd. Valse herinneringen kunnen bewust of onbewust door de ondervragers worden ingeplant en echte herinneringen kunnen op subtiele manieren worden veranderd.

Onlangs is er veel aandacht besteed aan valse geheugeneffecten bij kinderen en volwassenen. De aandacht richtte zich in eerste instantie op de effecten zelf. De meeste waarnemers zijn het er nu over eens dat de effecten van vals geheugen robuust en reproduceerbaar zijn, hoewel ze onderhevig zijn aan beperkingen (bijv. Lindsay 1990; Reyna & Titcomb 1997; Zaragoza & Lane 1994; Zaragoza, Lane, Ackil & Chambers 1997). Met behulp van niet-daagdelijke procedures is het mogelijk om mensen ertoe te brengen zich ten onrechte getuige te zien van gebeurtenissen die ze nooit hebben meegemaakt.

False Memory Syndrome (FMS) wordt veroorzaakt door herinneringen aan een traumatische episode, meestal seksueel misbruik bij kinderen, die objectief vals zijn, maar waarin de persoon sterk gelooft. Deze pseudo-herinneringen ontstaan meestal in de context van volwassen psychotherapie en zijn vaak vrij levendig en emotioneel geladen. FMS is zeldzaam en kan soms worden verward met psychotische stoornissen en malingering. De zeldzaamheid waarmee het wordt aangetroffen maakt dit syndroom een diagnostische uitdaging. Het niet diagnosticeren kan leiden tot een aanzienlijke morbiditeit.

Psycholoog Elizabeth Loftus getuigde  voor de verdediging in het verkrachtingsproces van Harvey Weinstein en legde uit hoe het geheugen in de loop van de tijd kan worden vervormd. Loftus, een vooraanstaand professor aan UC Irvine, is in meer dan 300 processen als getuige-deskundige verschenen en heeft getuigd in een aantal spraakmakende gevallen van seksueel wangedrag en moord, waaronder die van O.J. Simpson, Ted Bundy en de officieren die in de Rodney King worden beschuldigd van het slaan. Ze overlegde ook in de processen van Michael Jackson en Bill Cosby.

Ze heeft routinematig getuigd dat herinneringen kunnen worden getransformeerd en besmet – en in sommige gevallen helemaal vals.

Een van haar eerste studies was een proef om te onderzoeken of het mogelijk is om herinneringen van ooggetuigen te beïnvloeden via informatie die achteraf wordt verschaft. Uit eerder onderzoek was gebleken dat herinneringen niet vanzelfsprekend een accurate weergave zijn van werkelijke gebeurtenissen, maar worden gevormd op grond van ervaringen in het verleden en andere vormen van beïnvloeding. Uit het onderzoek bleek dat de formulering van vragen de herinneringen die de deelnemers rapporteerden veranderde. Vervolgens onderzocht Loftus of suggestieve vragen en andere vormen van misleidende informatie de herinnering aan een gebeurtenis kunnen veranderen. Om dit te onderzoeken ontwikkelde ze het misinformatie-effectparadigma. Dat toont aan dat de herinneringen van ooggetuigen veranderen na blootstelling aan incorrecte informatie over een gebeurtenis en dat het geheugen zeer kneedbaar is en gevoelig voor suggestie. Het misinformatie-effect werd een van de invloedrijkste en bekendste effecten in de psychologie.  Het vroege werk van Loftus aan het misinformatie-effect leidde tot honderden vervolgstudies naar factoren die de accuratesse van herinneringen verbeteren of juist verslechteren, en naar de cognitieve mechanismen die daaraan ten grondslag liggen.[

Recent verschenen er van en over professor Loftus in bladen als ‘Scientific American’, ‘Nature’, en ‘Le Monde’ artikels waarin ze haar nieuwe onderzoek over de manier waarop ons geheugen werkt toelicht. En dat is, voor wie rotsvast meent op zijn geheugen te kunnen vertrouwen, een onderzoek met weinig geruststellende resultaten. Haar collega Ira Hyman ondervroeg proefpersonen over gebeurtenissen in hun kinderjaren. Hij en zijn researchers vroegen echter ook naar details over dingen die niét gebeurd, maar door hen verzonnen waren. Een voorbeeld was het omgooien van een punchbowl tijdens een huwelijksreceptie. Tijdens het eerste interview herinnerde zich niemand dat incident – allicht: het was ook nooit gebeurd. Maar tijdens een tweede ondervraging meende 18 procent het zich nu plots wel te herinneren, en tijdens een derde interview groeide dat percentage tot 25 procent. Terwijl iemand eerst zei dat hij over dat incident nooit gehoord had, meende hij zich de tweede keer te herinneren dat het een huwelijk in een open lucht betrof, hij met de andere kinderen wild rondliep, per ongeluk de punchbowl omgooide en er voor uitgekafferd was. De ondervraagde herinnerde zich dus details over iets dat nooit gebeurd was, maar enkel door de ondervragers gesuggereerd.

In een andere proef kregen proefpersonen een gesimuleerd verkeersongeval te zien aan een kruispunt met een stopteken. De helft van de ondervraagden kreeg de suggestie dat het een voorrangsteken was geweest. Als hun later gevraagd werd welk verkeersteken het was geweest, kozen zij voor het voorrangsteken. De groep die niet beïnvloed was, herinnerde zich
correct een stopteken.  Het aankweken van valse herinneringen kan bevorderd worden, stelt professor Loftus, als een persoon aangemoedigd wordt om zich bepaalde situaties in te beelden zonder dat hij of zij zich zorgen moet maken of de gebeurtenissen waar zijn of niet. En dat is precies wat vaak gebeurt in therapieën met mensen die seksueel misbruikt zijn. Wendy Maltz, de auteur van
een populair boek over seksueel misbruik, vertelt haar patiënten: ‘Beeld je in dat je seksueel misbruikt werd, zonder je zorgen te maken of het juist is, zonder het te willen bewijzen of je ideeën zinnig zijn. Stel jezelf volgende vragen: Hoe laat is het? Waar ben je? Binnen of buiten? Wat gebeurt er? Zijn er een of meer personen bij je?’

Loftus citeerde ook haar meest bekende studie, “Lost in the Shopping Mall”, waaruit bleek dat mensen door een reeks interviews zich begonnen te  herinneren dat ze als kinderen ooit verdwaald waren in een winkelcentrum en werden gered door een vreemdeling, ook al is de gebeurtenis nooit gebeurd.

Loftus vraagt zich terecht af wat de gevolgen van dergelijke fabulaties zijn. Wat gebeurt er als mensen zich jeugdervaringen gaan herinneren die in feite niet gebeurd zijn? Zij bedacht volgend experiment. Proefpersonen moesten op een lijst met onschuldige incidenten als vastraken in een boom of het breken van een vensterruit aanduiden of dat hen in hun jeugd overkomen is of niet. Twee weken later werd hen gevraagd zich bepaalde van die gebeurtenissen in te beelden. Een tijdje later werden ze opnieuw ondervraagd of de gebeurtenissen hen werkelijk overkomen zijn, of niet. De resultaten toonden een duidelijke ‘verbeeldingsinflatie’ aan: 24 procent van de deelnemers waren er van overtuigd dat de ingebeelde gebeurtenissen hen in hun jeugd ook werkelijk overkomen waren.

Als een buitenstaander een onware gebeurtenis bevestigt, bevordert dat het creëren van een valse herinnering. Saul M. Kassin van Williams College bedacht een experiment waarbij iemand er valselijk van beschuldigd wordt een computer te hebben vernield door een verkeerde knop in te duwen. De onschuldige proefpersonen ontkenden aanvankelijk natuurlijk dat ze dat gedaan hadden. Maar toen een getuige vertelde dat ze het hen had zien doen, tekenden heel wat van de deelnemers aan het experiment een schuldbekentenis, voelden zich schuldig en begonnen details te fabuleren over wat er zogenaamd gebeurd was.

In 1986 zocht verpleegster Nadean Cool psychiatrische hulp. In de loop van de therapie overtuigde de psychiater er haar van dat zij in haar jeugd seksueel misbruikt was. Cool ging geloven dat ze gruwelijke herinneringen verdrong: over satanisme, het eten van baby’s, verkrachtingen, seks met dieren en het feit dat ze gedwongen werd toe te kijken toen een achtjarig vriendje vermoord werd. Zij raakte er van overtuigd dat ze meer dan 120 persoonlijkheden had, waaronder engelen en zelfs een eend! Uiteindelijk kwam ze er achter dat dit alles slechts valse herinneringen waren. In maart vorig jaar kreeg ze via een minnelijke schikking 2,4 miljoen dollar schadevergoeding van de psychiater.

Heel sterk is het geval van de Amerikaanse Beth Rutherford, wie in 1992 tijdens een therapie werd wijsgemaakt dat ze door haar vader, een dominee, in haar jeugd regelmatig verkracht was – waarbij haar moeder een helpende hand toestak. Het meisje ontwikkelde de herinnering dat haar vader haar twee keer zwanger maakte en dat ze zichzelf aborteerde met een klerenhanger. Haar vader werd gedwongen ontslag te nemen toen de verdachtmakingen de pers haalden. Een medisch onderzoek toonde echter aan dat Beth nooit zwanger was geweest, ja op 22-jarige leeftijd nog altijd maagd was.

De mythe van het onderdrukte geheugen: valse herinneringen en beschuldigingen van seksueel misbruik is een boek uit 1994 van Elizabeth Loftus en Katherine Ketcham, uitgegeven door St. De pers van Martin. Ze voerden aan dat de beweging voor herstelde herinneringen, waarin mensen verklaarden dat ze lang vergeten seksueel misbruik van hun familie hadden en onlangs herinneringen hadden hersteld, gebaseerd was op onwaarheden, en dat therapeuten hadden gesuggereerd dat er onware gebeurtenissen hadden plaatsgevonden.

Loftus zelf had een experiment uitgevoerd met universiteitsstudenten op valse herinneringen. Ze was ook co-auteur van een 1994 Psychology of Women Quarterly-studie, niet genoemd in het boek, waarin stond dat van 105 vrouwen die behandeling zochten in een centrum voor drugsmisbruik, ongeveer 20% had gemeld dat ze seksueel misbruik hadden vergeten en opnieuw herinneren; meer dan 50% van de 105 vrouwen verklaarde dat ze in hun jeugd seksueel misbruik hadden ontvangen.

Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Elizabeth_Loftus

https://en.wikipedia.org/wiki/The_Myth_of_Repressed_Memory

Auteur: Elizabeth Loftus The Myth of Repressed Memory False Memories and Allegations of Sexual Abuse

https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0924933816020824

https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1041608097900029

De Tijd 14/02/1998

 

Geplaatst in Beschuldiging buiten alle proporties, Valse herinneringen door therapie.